De uitgaande betalingen van de Belgische bedrijven stegen flink in januari, een gevolg van de loonindexatie die goed één miljoen werknemers vorige maand te beurt viel. Onze nowcast, op basis van geaggregeerde transactiedata, gebruikt de historisch sterke relatie tussen bedrijfsuitgaven en het activiteitsniveau van de hele economie. Die relatie wordt momenteel echter flink vertekend.
Indexatie
Zesmaal werd de spilindex vorig jaar overschreden. Zowat de helft van de werknemers zag sindsdien zijn loon even vaak opwaarts aangepast in de daaropvolgende maand. Een derde van de goed drie miljoen werknemers krijgt steeds in januari pas een indexatie van zijn salaris. Voor hen betekende dat een stijging van méér dan 12%, die de voorbije weken voor het eerst werd uitbetaald door Belgische bedrijven.
Zo’n grote indexatie is uiteraard een hot topic, temeer omdat het prijspeil in ons land sinds oktober met bijna 3 procentpunt daalde (zie eerdere bijdrage). De impact ervan op de reële economie hangt vooral af van de mate waarin werknemers het extra inkomen uitgeven, dan wel oppotten. Uit een historische analyse bleek alvast dat de Belgische consumptie niet beter standhoudt dan die van landen zonder loonindexatie.
Het is ook flink zoeken om een gelijkaardige grote inkomenssprong terug te vinden sinds de invoering van het mechanisme.
Sinds 1990 was er één jaar met meer dan twee indexoverschrijdingen: 2008. Eind 2008 kelderde de private consumptie: -1% op amper drie maanden tijd, de grootste krimp in het precovidtijdperk. In januari 2009 was er een flinke indexatie en volgden vier kwartalen razendsnelle consumptiegroei: 4,4%, opnieuw een precovidrecord én de consumptie was na amper 6 kwartalen opnieuw volledig hersteld.
Zien we ook ditmaal een consumptieversnelling?

Transactiegegevens
Onze eigen nowcast gaat uit van klassieke (vertrouwens- en andere) indicatoren en geaggregeerde transactiecijfers.
De vertrouwensindicatoren van vooral de gezinnen lieten sinds de start van het vierde kwartaal een flinke verbetering optekenen. Ook bedrijven tonen zich een stuk positiever over hun vooruitzichten, komende van een prewinterdip die niet al te veel moest onderdoen voor het pessimisme dat speelde vlak na de eerste lockdown in 2020.
De bestedingen van bedrijven, statistisch een betere voorspeller van het bbp dan de inkomsten, stegen dus flink in januari. Dat misleidt het model, dat (onterecht) een trend ziet in de groeiversnelling en een bbp-kwartaalgroei van 0,8% voorspelt.
Wanneer we de huidige data extrapoleren en zo aan het model duidelijk maken dat die uitgaventoename eenmalig was, neemt de waarde van het signaal af. Finaal rolt er zo een veel redelijkere, maar nog steeds bovengemiddelde kwartaalgroei van 0,4% uit de nowcast.
Vooruitblik
Nu al is duidelijk dat de private consumptie, goed voor ongeveer de helft van ons bbp, bepalend zal zijn voor de groeivoet de komende kwartalen. Uit onze eigen cijfers voor uitgaande betalingen door particulieren blijkt dat we effectief stevig aan het consumeren zijn. Dat is eigenlijk al sinds vorige zomer zo. Ook dit jaar is er een positieve evolutie: de voorbije weken stroomde steeds meer geld van onze rekeningen de economie in.
Alles bij elkaar zijn we dus iets optimistischer geworden over de economische groei. Finaal gaan we uit van 0,2% groei dit kwartaal, gevolgd door een verder herstel naar eind 2023 toe. Dat scenario houdt vooral potentieel in voor opwaartse herzieningen, zoals blijkt uit de nowcast. Voor heel 2023 komen we uit op een groei van 1,1%, voor 2024 is dat 1,7%.