Net na de zomervakantie duwde de ECB de depositorente naar 4%. Daarmee lijkt voorlopig een einde te zijn gekomen aan de verkrappingscyclus. De referentierente ging op 15 maanden 4,5% hoger. Waarom? Om de opverende inflatie te temmen. En dat lijkt stilaan te lukken.
Inflatie
In oktober 2022 piekte de geharmoniseerde inflatie, de favoriete maatstaf van de ECB: 11,5%. In België zaten we op dat moment aan 13,1%, zowaar minder dan in Nederland (16,8%). Dat was natuurlijk een rechtstreeks gevolg van de grote prijsstijgingen bij de energiedragers. Maar ook andere factoren, zoals de heropeningsinflatie in de nasleep van de lockdowns en een algehele teneur om prijsverhogingen aan de kostenkant (gedeeltelijk) door te rekenen, deden een flinke duit in het inflatiezakje.
Terwijl de energieprijzen afkoelden, gingen eerst de voedselinflatie en nadien ook de onderliggende of kerninflatie de hoogte in. Die kerninflatie bedraagt historisch zo’n 1,5% in ons land, maar klom sinds midden 2021 naar ruim 6% volgens de laatste cijfers. Ook voedsel werd flink duurder. Sinds Rusland Oekraïne binnenviel, bedroeg de voedselinflatie maandelijks ongeveer 1%, goed voor een stijging van 20% over het afgelopen anderhalf jaar.
Maar intussen daalde de totale inflatie dus wel degelijk. In België werd die dynamiek eerst versneld door de technische verwerking van steun bij de energiefactuur . Vanaf eind dit jaar zal het omgekeerde effect spelen en neemt de Belgische inflatie net toe. Alles bij elkaar gaan wij uit van een inflatie van 3,2% dit jaar en 4,0% volgend jaar.
Zachte landing?
Monetaire verkrapping heeft natuurlijk een prijskaartje. De stijgende rentevoeten wegen op onze bereidheid om te investeren en te consumeren. Voor de zomer gingen wij er dan ook nog van uit dat het Belgische bbp zou stabiliseren in de tweede jaarhelft. Onze recentste nowcast, die gebaseerd is op inkomende en uitgaande betalingen van onze bedrijfsklanten, toont aan dat de economische activiteit wel degelijk nog toenam sinds de start van de zomervakantie.
Het consumentenvertrouwen nam lichtjes toe in ons land het voorbije kwartaal, maar verslechterde dan weer in zowat alle bedrijfstakken. Die bezorgdheid uit zich evenwel vooralsnog niet in de financiële stromen. Alles bij elkaar komt onze nowcast uit op een kwartaalgroei van 0,2% voor het derde kwartaal.
Wel blijven we bezorgd over de uitgaven in de kleinhandel. In nominale termen blijven die groeien, maar wanneer we de inflatie uitfilteren, blijkt dat het gemiddelde volume van de transacties nu op het laagste peil sinds vier jaar zit.
Positieve, ondergemiddelde groei
Met 0,2% kwartaalgroei doet België het zeker niet slecht. Het houdt vooralsnog beter stand dan Nederland en Duitsland, waar het recessiespook opdook. De rentevoeten wegen op onze investeringsbereidheid: het aantal transacties op de huizenmarkt en de hypothecaire productie daalden immers flink. Maar vooralsnog lijkt een zachte landing het waarschijnlijkste scenario, zeker omdat de arbeidsmarkt zo goed stand houdt.
Op jaarbasis gaan we uit van 0,9% groei dit jaar en 0,8% volgend jaar.