Menu
Micro-economie
25.02.2020
Koen De Leus Chief Economist

Pensioenen: langer werken voor minder pensioen

De vergrijzing van de bevolking vormt een grote uitdaging voor de ‘pay-as-you-go’-pensioenstelsels in de OESO-landen. Om hun houdbaarheid te waarborgen, zijn hervormingen nodig die zich in twee verschillende richtingen bewegen, stelt de OESO: het verlagen van de pensioenen of het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd. Volgens de wetgeving die momenteel in de meeste landen van kracht is, zullen pensioenen die aan toekomstige generaties worden betaald minder genereus zijn. Zonder maatregelen zal in Polen het bruto vervangingspercentage - het percentage van het laatste bruto arbeidsinkomen dat een werknemer behoudt wanneer hij met pensioen gaat – tegen 2061 meer dan halveren tegenover vandaag.

De andere mogelijkheid volgens de studie is het verhogen van de wettelijke pensioenleeftijd. Landen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben gekoppeld aan de levensverwachting, kunnen de pensioenen relatief hoog houden. Blijft deze maatregel toegepast, dan bereikt de wettelijke pensioenleeftijd 71 jaar in Italië en Nederland, en zelfs 74 in Denemarken.

Onevenwicht

Uitgaande van de eind 2017 van kracht zijnde wetgeving, zal de normale pensioenleeftijd zijn toegenomen met ongeveer 3 jaar tot 66 jaar voor de generatie geboren midden jaren 90 die zal pensioneren rond 2061 komende van 63 jaar voor de nu reeds gepensioneerde generatie geboren rond de jaren 40. Het verschil in gemiddelde levensverwachting tussen beide zal echter met 6 jaar zijn toegenomen. De drie extra werkjaren zijn te weinig om het evenwicht tussen de lengte van het arbeidsleven en pensioenleven te bewaren.

Om dat evenwicht te vrijwaren op het niveau van de huidige pensionerende generatie (de cohorte geboren rond 1956), zou de gemiddelde pensioenleeftijd 67,2 jaar moeten bedragen voor de 1996 cohorte. Op basis van de huidige wetgeving is dat echter maar 65,8 jaar. België is één van de landen met het hoogste pensioenaandeel van alle OESO-landen.

Belgische jongeren

Dit leidt ertoe dat de gemiddelde bruto vervangingsgraad voor de OESO-landen zal dalen met gemiddeld 6 procentpunt. De pensioenen van werknemers met een volledige carrière geboren in 1996 en dus pensionerend in 2061 zullen, relatief ten opzichte van hun inkomen, 10% lager zijn dan dat van werknemers geboren in 1940. Concreet voor de Belgische jongeren betekent dat een daling van de vervangingsratio van 53% naar 46,7%. En ze zullen 2 jaar langer werken.

gross replacement rates

Kunnen jongeren daarmee leven? Het gros is er niet van op de hoogte. Bij die daling blijft het trouwens waarschijnlijk niet. De grafiek zegt niets over de totale uitgaven van België aan ouderdomspensioenen. Volgens het EU Ageing Report zullen de publieke pensioenuitgaven in België stijgen van 12.1% van het BBP tot 15% in 2060. Dat is een van de hoogste niveaus in de EU. Waarschijnlijk zal het pensioenstelsel voor die tijd hervormd moeten worden en de vervangingsgraad verder verlaagd.

Samengevat toont de OESO-studie aan dat de generatie die momenteel op de arbeidsmarkt komt, in de meeste landen niet moeten rekenen op een pensioenbedrag gelijkaardig aan hetgeen dat aan de huidig gepensioneerden wordt betaald. Willen ze op hogere leeftijd een aanzienlijke levensstandaard behouden, dan zullen ze hun privé spaarinspanningen tijdens de werkjaren moeten opvoeren.

De opinies in deze blog zijn die van de auteurs en geven niet noodzakelijk het standpunt van BNP Paribas Fortis weer.
auteurs
Koen De Leus Chief Economist
Koen De Leus (Bonheiden, 1969) behaalde zijn masterdiploma Handelswetenschappen aan de Economische Hogeschool Sint-Aloysius (EHSAL).Sinds september 2016 is hij Chief Economist bij BNP Paribas Fortis. Hij is ook gastdocent in ‘Behavioural Finance’ aan de EHSAL Management School. Koen publiceerde in 2017 zijn boek ‘De Winnaarseconomie: uitdagingen en kansen van de digitale revolutie’. In 2012 publiceerde Koen ‘De Gouden Beursleuzen’. In 2006 schreef hij ‘Naar Grijsland’ samen met Paul Huybrechts, over de sociale en economische uitdaging van de vergrijzing.