België heeft een probleem met infrastructuur, dat is genoegzaam bekend. Wanneer de netto-kapitaal-voorraad van de publieke sector als deel van het BBP uitzetten wordt dit pijnlijk duidelijk. De afgelopen 20 jaar ging ruim één derde verloren. En dat terwijl de ons omringende landen stabiliseerden of zelfs vooruitgingen, zoals valt af te lezen op de linker-as op onderstaande grafiek.

Daarnaast laat ook de kwaliteit van de kapitaalvoorraad te wensen over. Op de jaarlijkse competitiviteitsranking van het World Economic Forum scoort België voor de kwaliteit van de beschikbare infrastructuur een stuk lager dan de buurlanden. Dat tonen de gekleurde bollen aan op de rechter-as van dezelfde grafiek.
Te weinig investeringen
Ondanks de gedaalde rentelasten namen de overheidsinvesteringen als percentage van het BBP nauwelijks toe de afgelopen jaren. Integendeel waren het net de uitdijende lopende kosten die de vrijgekomen budgettaire ruimte innamen. Het blijkt vooralsnog erg moeilijk om te snoeien in het overheidsbeslag.
Meer inkomsten genereren door de belastingvoeten te verhogen lijkt vrijwel onmogelijk. Een eventuele stijging van de overheidsinvesteringen lijkt dus vooral door een hogere begrotingstekort te leiden. En dat laat de Europese waakhond nu nét niet toe.
Europees keurslijf
In het kader van de preventieve arm van het Stabiliteits- en GroeiPact heeft België het middellange termijn objectief om de begroting structureel in evenwicht te brengen. En dat loopt bepaald niet vlot (zie ook deze eerdere bijdrage door Arne Maes).
Dat hoeft echter nog niet te betekenen dat financiering van productieve investeringen bij voorbaat uitgesloten is. Het structurele saldo wordt immers gecorrigeerd voor een aantal factoren. Zo kreeg België recent nog de toestemming om de meeruitgaven voor opvang van migranten en toegenomen beveiliging in navolging van de terreuraanslagen uit de berekening van dat saldo te halen.
Het ministerie van financiën stelde recent voor om, onder bepaalde voorwaarden, ook de kosten van die investeringen die de bestaande kapitaalvoorraad uitbreiden een zelfde statuut toe te kennen. Op die manier hoeft een grote éénmalige of (kleinere) jaarlijkse investeringsprikkel door de overheid niet tot persé een ontsporing van het structurele saldo te leiden.
Benieuwd of Europa dat ook zo ziet.